Een huisarts over het Domeinoverstijgend Casusoverleg
Soms loopt de zorg voor een patiënt vast. Voor dat soort situaties bestaat het Domeinoverstijgend Casusoverleg (DoCo): een overleg waarin professionals uit verschillende organisaties samen naar een complexe casus kijken. Huisarts Thijs Luchtman, werkzaam in Oog in Al (Utrecht), heeft inmiddels meerdere keren een casus ingebracht.
“In onze praktijk zien we een heel brede patiëntenpopulatie,” vertelt hij. “Van hoogopgeleide mensen tot patiënten met een meer praktische achtergrond, statushouders en ongedocumenteerden. Daardoor komen ook allerlei mentale problemen voorbij: van depressie en angst tot verslaving en ADHD.”
Wat hem het meest bezighoudt, zijn patiënten die wel hulp nodig hebben, maar voor wie het lastig is om de juiste plek in de geestelijke gezondheidszorg te vinden.
“De wachttijden zijn lang en de ggz is verdeeld in verschillende hokjes”
“De wachttijden zijn lang en de ggz is verdeeld in verschillende hokjes,” vertelt hij. “Als er bijvoorbeeld ADHD speelt, maar ook andere problemen, dan past iemand soms nergens echt goed. Dan kan het gebeuren dat je iemand verwijst, weken later een intake plaatsvindt en vervolgens toch wordt gezegd: dit past niet bij ons.”
Voor een huisarts kost het vaak veel tijd om dan opnieuw een plek te vinden.
Zeven keer aangeklopt
Dat gebeurde ook bij een jonge patiënt van begin twintig. Hij gebruikte een hoge dosering medicatie voor ADHD, maar had daarnaast gedragsproblemen en psychosociale problemen. Zijn moeder maakte zich ernstige zorgen.
“Hij vroeg of ik de medicatie wilde aanpassen,” zegt Thijs. “Maar bij zo’n complexe situatie wil je dat een specialist meekijkt.” Hij probeerde de jongeman onder te brengen bij verschillende ggz-instellingen.
“Ik heb hem uiteindelijk naar zeven organisaties gestuurd. Steeds kreeg ik te horen: dit past niet bij ons, of er is een aanmeldstop.”
Een extra stap
Toen besloot hij de casus in te brengen bij het Domeinoverstijgend Casusoverleg. Dat vraagt ook een extra stap: een casus beschrijven en aansluiten bij het overleg. Maar het kan helpen wanneer je er zelf niet meer uitkomt.
“In zo’n overleg zitten verschillende organisaties bij elkaar. Iedereen stelt vragen en denkt mee.” Juist doordat alle partijen samen naar de casus kijken, ontstaat soms toch een opening.
“Een organisatie die hem eerder had afgewezen zei: als ik dit zo hoor, willen we toch opnieuw kijken of we iets kunnen betekenen.”
Weer beweging in de casus
De jongeman is inmiddels in behandeling. Een psychiater kijkt mee naar zijn medicatie en er wordt gewerkt aan zijn gedrag en toekomst. “Het heeft maanden geduurd voordat het zover was,” zegt Thijs. “Maar nu is er in ieder geval een plek waar naar hem gekeken wordt.”
“Als je mensen sneller op de juiste plek krijgt, scheelt dat veel voor patiënten en voor de zorg.“
Volgens hem zit daar ook de kracht van het overleg.
“Als je met elkaar aan tafel zit en het hele verhaal hoort, ontstaat er soms weer beweging in een casus die eerder vastzat.”
En misschien nog wel belangrijker: “Iedereen die daar zit, zit er ook om te helpen. En dat is fijn: dat iemand zich mede verantwoordelijk voelt.”